(eerder gepubliceerd op 1 juli 2020 op Geloven met autisme)
Een aantal weken geleden had ik meerdere dagen achter elkaar hetzelfde lied in mijn hoofd, steeds weer opnieuw. Ik kwam niet verder dan het refrein dat ik elke keer weer neuriede. En waarvan ik me afvroeg waarom dat toch steeds bij me opkwam.
Het begon bijna frustrerend te worden dus het werd tijd om de rest van het lied op te zoeken. Ik wilde eindelijk wel eens weten wat de overige tekst was. En toen bleek het lied 388 te zijn uit het (nieuwe) liedboek: “Voor ieder van ons een plaats aan de tafel”. Een lied dat vaak gezongen wordt bij het avondmaal. Nog steeds begreep ik niet waarom dat al zo lang in mijn hoofd zat, want ik moet eerlijk bekennen dat ik weinig heb met het avondmaal. Ik begrijp er niet veel van, je raadt het al: een onderwerp voor een andere blog.
Toen ging ik de hele tekst eens echt goed lezen. De tekst hier opnemen kan niet (ivm copyright), maar het lied beschrijft dat er voor iedereen een plaats is, dat iedereen gelijk is. Niemand is meer en niemand is minder “want iedere stem geeft klank aan het koor”. Wat er ook letterlijk staat: “beschadigd of gaaf”, er is voor iedereen plaats. “Een plaats om te zijn, een plaats om te worden.”
Tijdens het lezen drong opeens het besef tot mij door dat het (ook) over mij ging. Ik ging toen pas echt beseffen dat ik er mag zijn, dat ik voor God goed ben zoals ik ben. En dat ik er bij mag horen in de kerk, sterker nog: dat ik er bij hoor, gewoon zoals ik ben. Ik hoef me niet langer te schamen, hoef niet langer op mijn tenen te lopen en een rol te spelen (zie: autisten kunnen goed toneel spelen).
Mede door dit lied (en wat aanmoediging) ben ik de website ‘Geloven met autisme’ begonnen. En heb ik er ook voor gekozen om het te delen met de gemeente waar ik bij hoor. De autisme hoeft niet langer onder tafel geschoven: het maakt mij wie ik ben en mag zijn. Waarbij ik hoop dat er ook echt een plaats is, vooruitlopend op een volgende blog: dat het minder eenzaam zal worden.
Mooi geschreven. Inderdaad er is voor ieder een plek aan die tafel. Maar op de een of andere manier durven wij dat niet op onszelf te betrekken. Jij, ik, de ander mag die plek aan de tafel innemen. Hoeven ons niet op het kleinste plekje of op de punt van de tafel het plekje in te nemen. Er is ruimte en plek! Welkom aan die tafel.