(eerder gepubliceerd op 13 juli 2020 op Geloven met autisme)
De dokter weet wat goed is als het over je gezondheid gaat. En de dominee weet wat goed is als het over geloven gaat. Zo ongeveer werkt het in mijn gedachten. Een dokter, een dominee, een tuinman, een loodgieter, elk beroep is mogelijk: als je ervoor geleerd hebt, zie ik je als een autoriteit op jouw gebied.
Mijn valkuil is dat ik het dan ook eigenlijk altijd voor waar aanneem wat door deze mensen gezegd wordt. Zij hebben er immers voor geleerd, dus zij zullen weten hoe het zit. Ja, ik weet het… er is ook nog zoiets als mijn eigen verstand. En natuurlijk weet ik ook dat ze niet altijd gelijk zullen hebben.
En toch… juist bij geloven trap ik er vaak in. Er is zo veel dat ik niet weet, waar ik over twijfel, waar ik vragen bij heb. En hoe fijn is het dan dat iemand je vertelt hoe het zit. Dat je weet wat waar is en hoe je dat doet: geloven.
En nu komt de maar. Want hierdoor was ik er jarenlang vast van overtuigd dat twijfelen fout was. Ooit kwam het een keer aan bod tijdens catechisatie. Iemand zei dat ze het vreemd vond dat mensen gingen twijfelen aan hun geloof bij tegenslag. Dat je dan niet echt geloofde. Iets dat door de dominee bevestigd werd, of in ieder geval niet ontkend. Toen het moment kwam dat ik zelf flink ging twijfelen en vragen ging stellen, dacht ik dus dat dit fout was. En dat ik niet echt geloofde. Een gedachte die lang is blijven hangen.
Of als ik bijna elke week weer hoor dat je als goede gelovige elke dag in de bijbel hoort te lezen. Iets dat mij niet lukt. Niet omdat ik die discipline niet op kan brengen, maar omdat ik er veel te somber van word. Dit omdat ik er zo weinig van begrijp. En omdat elke zin door mijn gerichtheid op details tig vragen oproept zonder dat ik daar antwoord op weet. Elke keer dat ik het hoor, voel ik me ongemakkelijker en schuldiger. Doe ik het dan toch weer verkeerd, dat geloven?
Juist het onzekere van geloven, het niets echt zeker kunnen weten, maakt het voor iemand met autisme een grote uitdaging om niet af te haken, om zich niet alleen maar dom te voelen. En dan is het ideaal dat er iemand is die vertelt hoe het werkt. Iets om je (bijvoorbeeld als predikant) bewust van te zijn. Dat wat nuance op zijn tijd geen kwaad kan. En door af te toe eens in gesprek te gaan: of er achterliggende gedachten leven die het geloof in de weg staan of die iemand het gevoel geven het niet goed te doen.