(eerder gepubliceerd op 25 juni 2020 op Geloven met autisme)
Eerder schreef ik het ook al. Door goed om me heen te kijken, leer ik de ongeschreven regels van de samenleving. Zo weet ik wat er van me wordt verwacht. Eigenlijk ga ik overal op zoek naar die regels. Iets dat helpt om de wereld om me heen te begrijpen en er in te functioneren.
Het kan trouwens ook averechts werken. Toen mijn vader ziek werd en overleed, hield ik mij vast aan wat in mijn ogen de regels waren rond rouwen. En ja… zijn die er eigenlijk wel? Het is iets dat voor iedereen anders is. Toch dacht ik lang dat ik iets verkeerd deed, want waarom moest ik niet huilen? Was ik dan niet verdrietig? Alsof verdriet en huilen altijd samen gaan…
Ook in het geloven ben ik uiteraard op zoek gegaan naar de regels. Maar ook daar geldt de vraag: zijn die er wel? Wanneer doe je het volgens de regels? Wanneer doe je het goed? En kun je dat wel zo stellen? Zijn er regels voor wat betreft het bijbel lezen, het bidden, het naar de kerk gaan, vrijwilligerswerk doen, geld geven, et cetera?
Zeker in combinatie met mijn perfectionisme kan het vasthouden aan de regels een negatieve uitwerking hebben. Alles goed willen doen, alles willen doen zoals het hoort, is uiteraard onmogelijk. Zeker als ook nog eens niet zo duidelijk is hoe het dan hoort, als de regels niet zo zwart/wit zijn, of voor iedereen anders zijn.
Mij vasthoudend aan de regels heb ik heel lang gedacht, denk ik soms nog wel, dat ik het geloven niet goed doe. Ik lees nauwelijks in de bijbel en begrijp niet goed wat er staat. Bidden zoals ik altijd dacht dat het was (zie: bidden zonder woorden), lukt me ook niet. Ik ga nauwelijks naar de kerk, al kijk ik wel elke dienst mee. Vrijwilligerswerk in de kerk gaat ook niet. Kortom: dat geloof van mij stelde niets voor. Daar kwam de angst voor God trouwens ook weer bij om de hoek kijken, daar moet ik toch echt eens over bloggen.
Inmiddels heb ik geleerd dat regels handig zijn, maar niet altijd en overal gelden. Dat je in het leven en in het geloven ook je eigen weg mag zoeken. Dat het gaat om wat bij je past en om jezelf mogen zijn. Want natuurlijk doe ik niets verkeerd als ik niet huil als ik verdrietig ben. Of als ik niet elke dag in de bijbel lees en bid. En toch… dat stemmetje ‘doe ik het wel goed’ blijft: ik ben er nog niet helemaal uit.